We hadden al in een eerder stadium verscheidene keren te kennen gegeven dat er sprake was van wat risicovolle situaties, dus op 30 april hadden Jaap, Simon en Peter een afspraak met de verkeersadviseur van de gemeente. We gingen met z’n drieën op de fiets op pad — een aantal van die situaties hadden specifiek met fietsersveiligheid te maken.
We gingen met z’n vieren op de fiets op pad — een aantal van die situaties hadden specifiek met fietsersveiligheid te maken.
We begonnen bij het fietsers/voetgangersbruggetje van de Molendijk naar de nieuwe vestiging van Plus Hoogendoorn. Het probleem is dat fietsers die (vaak met een vaartje omdat het bruggetje naar beneden loopt) op de rijbaan komen, waar mogelijk ook gemotoriseerd verkeer achterop komt dat door de versmalling naar links werd gedwongen en nu terug wil naar de eigen rijbaan. Bij grote verkeersdrukte kan zo’n manoeuvre terug naar rechts wat minder vloeiend uitvallen dan je zou verwachten, en dan komt zo’n fietser in de verdrukking.
Er zijn voldoende ideeën om daar iets aan te doen. Maar ja… “dat is maatwerk”. “Dat kost geld”. Gelukkig is er, door het naar voren halen van de werkzaamheden aan de dorpsas, de mogelijkheid om het probleem op een goede manier op te lossen. Tot die tijd wordt gekeken of het probleem tijdelijk ondervangen kan worden, bijvoorbeeld door de bocht vanaf het bruggetje naar de rijbaan wat vloeiender te maken.
De volgende situatie die we onder de loep namen was het punt waar de fietsers de inrit van het parkeerterrein naar Plus Hoogendoorn kruisen. De situatie is heel onoverzichtelijk — het verkeer dat het parkeerterrein verlaat wordt aan het zicht onttrokken, en je krijgt ook voor een deel te maken met verkeer dat achter je vandaan komt — autoverkeer vanuit het dorp dat het parkeerterrein op wil.
Voor wat betreft het zicht op uitkomend verkeer: de belemmering is daar voornamelijk een aantal achtergelaten hekken met een groot PLUS-spandoek eraan vastgeknoopt.
Daarover heeft de gemeente intussen contact gehad met de heer Hoogendoorn, die heeft toegezegd de aannemer te vragen om dat op korte termijn weg te halen
Dat lost het probleem echter maar deels op. Je moet daar als fietser ogen in je rug hebben.
Er is geopperd om op dat punt de fietsers voorrang te geven.
Daar vallen twee dingen voor te zeggen:
- Het gaat om een inrit cq uitrit van een parkeerterrein, en
- Voor automobilisten is de situatie daar veel makkelijker te overzien.
We hoorden dat de mogelijkheid is overwogen, maar dat men bang was dat de fietsers dan ook direct zouden aannemen dat ze op de oversteek van de snelweg ook voorrang zouden hebben.
Wij dachten dat dat mee zou kunnen vallen: die oversteek is aanzienlijk makkelijker te overzien, omdat je dan als fietser te maken hebt met verkeer dat maar van één kant komt.
We zijn benieuwd naar wat de gemeente denkt te kunnen doen om dit probleem op te lossen.
Het volgende probleem waar we een kijkje gingen nemen was een meter of honderd verderop, bij het fietspad in de tunnel onder de A12 in noordelijke richting. Als je de afrit van de A12 bent overgestoken, rijd je op de tunnel aan en dan volgt plotseling een krappe bocht naar links. Omdat het fietspad behoorlijk smal is, en de knik naar links heel strak, hebben mensen de neiging in die bocht een beetje “ruimte te nemen” on toch een vloeiende lijn te kunne rijden. En omdat je van beide kanten geen idee hebt wat er vanaf de andere kant aankomt, zijn daar met grote regelmaat bijna-botsingen, en het is al minstens één keer helemaal misgegaan.

Dat is een probleem wat al voor veel hoofdbrekens heeft gezorgd. Eigenlijk is het gewoon een historische ontwerpfout. Maar het viaduct afbreken en opnieuw bouwen is niet echt een optie voor de gemeente, en de ruimte is daar behoorlijk beperkt. En het plaatsen van een spiegel is, gezien de hoeveelheid vrachtverkeer die daar langsrijdt, niet echt een optie, aldus de gemeente.

We hebben de verkeersadviseur meegegeven om daar toch eens over na te denken, want een andere praktisch realiseerbare optie is er eigenlijk niet.
Vervolgens ging de tocht naar het zuidelijkste puntje van de Koningin Julianastraat, in de bocht naar de Prins Clausstraat. Het verhaal gaat dat daar redelijk wordt doorgereden, en dat in die bocht nog weleens bijna-ongelukken plaatsvinden tussen elkaar tegemoet komend verkeer.
De verkeersadviseur stelde vast dat het hier natuurlijk wel om een dertig-kilometer-zone in een woonwijk gaat, en dat je daar als verkeersdeelnemer in je eigen wijk toch rekening mee moet houden. Omdat de weg ter plekke voor een groot gedeelte van de dag in de schaduw ligt, zou een spiegel op die plek volgens hem niet helpen — je moet dan in een andere richting kijken dan het verkeer afdwingt, en de spiegel zou ook redelijk snel met mos begroeid zijn.
Als laatste fietsten we het Oosteinde af richting de Verlengde Tuurluur. Op die kruising staan stoplichten, en de inregeling van die stoplichten is zodanig dat er, van de vier richtingen, maar één tegelijk groen heeft. De achterliggende gedachte is dat op die manier verkeer dat daar links- of rechtsaf wil door kan rijden, om te voorkomen dat de hele kruising wordt geblokkeerd.
Hierdoor is het echter wel zo dat de stoplichten op het Oosteinde zo lang op rood staan dat, wanneer het verkeersaanbod laag is, je als verkeersdeelnemer de indruk krijgt dat je voor Jan met de korte achternaam voor een rood stoplicht staat.
Terwijl de verkeersadviseur ons stond uit te leggen dat er op de Verlengde Tuurluur nu eenmaal meer verkeersaanbod is dan op het Oosteinde, vielen we met onze neus in de boter. Het stoplicht voor de baan van Noord naar Zuid (richting Papekop) stond op groen, maar er was helemaal geen verkeer die kant op, en twee fietsers op het Oosteinde stonden naar een kruispunt te kijken waar je een minuut lang een kanon had kunnen afschieten zonder iemand te raken — en inderdaad, na enige tijd waren ze het zat en besloten ze toch maar door rood te rijden.
Ons idee was dat, als er niet iets te bedenken valt met een detectielus, je dan toch in elk geval het verkeer op het Oosteinde een idee moet geven hoe lang het nog gaat duren voor er een keer groen licht komt.
Een ander pijnpunt op die kruising is dat in het groei- en zomerseizoen erg lastig is om de situatie te kunnen overzien, door alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit… maar intussen wel het zicht op het overige verkeer belemmert.
We hebben intussen een concrete toezegging gekregen dat hiermee meer rekening wordt gehouden.
De verkeersadviseur liet ons weten dat er in Juni een informatiebijeenkomst in het dorp is gepland om ons te informeren over wat de gemeente bedacht heeft voor het aanpakken van de verkeersas door het dorp (het stuk vanaf de rotonde naar de Molendijk en Dorp tot en met het einde van de bebouwde kom richting Driebruggen. Omdat minstens twee van de vier door ons aangedragen pijnpunten daar buiten vallen, blijven we als dorpsteam de vinger aan de pols houden.

